SV Aanbesteding architecten
Rotterdam, 17 februari 2011
Geacht College,
De Telegraaf van 16 februari jl. beschrijft de onvrede van architecten over het Rotterdamse aanbestedingsbeleid. De situatie die in het artikel wordt geschetst en ook blijkt uit een open brief van 9 februari jl. op Archined verontrust de D66 fractie. Het bevorderen van goed opdrachtgeverschap is één van de drie leidende beginselen van de recent besproken Architectuurvisie, maar blijkt niet uit de open brief van een gerenommeerde Rotterdamse architect. D66 heeft eerder zijn zorgen over het Rotterdamse aanbestedingsbeleid uitgesproken en heeft naar aanleiding van de recente informatie een aantal vragen.
In de Telegraaf van 16 februari jl. stelt de gemeente Rotterdam in een reactie ‘tijd en geld te investeren om het architectuurklimaat waar te maken’ en “Ondanks de crisis en krimpende overheid, investeren wij juist in het uitzetten van opdrachten bij externe architectenbureaus” en “We zouden die opdrachten vanuit de eigen organisatie kunnen oppakken, maar zetten ze onder meer uit om de economische positie van architectenbureaus te bevorderen.”
- Welke opdrachten worden juist wel en welke juist niet uitgezet bij externe architectenbureaus of een combinatie van externe architectenbureaus en gemeentelijke diensten?
- Hoe vaak komt het voor dat een extern architectenbureau in de eerste fase (ontwerpfase) betrokken is bij een opdracht en de verdere uitvoering (tekenen en rekenen) wordt gedaan door gemeentelijke diensten? Waarom kiest u voor deze aanpakt?
- Op basis van welke criteria worden externe architectenbureaus geselecteerd, met andere woorden: van welke architectenbureaus wordt de economische positie vanuit de gemeente doelgericht bevorderd?
- Is één van de criteria dat het architectenbureau een Rotterdams architectenbureau is? Zo nee, waarom niet?
- Hoe komt de prijs tot stand van een opdracht die wordt uitgezet bij een extern architectenbureau?
- En hoe komt de prijs tot stand van een opdracht die wordt uitgevoerd door een gemeentelijke dienst?
- Is het college van mening dat deze opdrachten gelijk gewaardeerd moeten worden? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?
In de Telegraaf van 16 februari jl. stelt Rotterdams architect Hans van der Heijden: “Er zijn veel gebouwen die een tweede leven verdienen. Wij kennen ze als architecten in deze stad beter dan wie ook en we kunnen er wat mee als de gemeente er de condities voor zou scheppen. Helaas gebeurt dat niet.” D66 vindt ook dat bij fysieke herontwikkeling eerst gekeken moet worden of gebouwen behouden kunnen blijven en eventueel een andere functie kunnen krijgen. Wanneer bestaande gebouwen worden gerenoveerd moeten ze voldoen aan de nieuwbouweisen (waaronder plafondhoogten of geluidseisen), terwijl dit in de praktijk niet altijd mogelijk is. Met een ontheffing kan de renovatie dan toch doorgaan, maar de proceduretijd voor het verlenen van een ontheffing is soms onnodig disproportioneel lang.
- Is het college het met D66 eens dat het strikt hanteren van de nieuwbouweisen niet altijd realistisch is voor renovatie van bestaande bebouwing? Zo ja, is het college bereid om in deze gevallen de nieuwbouweisen minder strikt te hanteren en wat zijn de mogelijkheden daartoe? Zo nee, waarom niet?
- Welke condities zijn nog meer nodig voor het geven van een tweede leven aan bestaande bebouwing en in hoeverre voldoet de gemeente Rotterdam aan deze condities?
Hoogachtend,
Brenda Dirkse
D66












word lid