Blog Jos Verveen
Welke oliebol heeft dit nou weer bedacht?
06 januari 2012
Op 31 december zou er dan eindelijk een gezellig Oud & Nieuw feest zijn aan De Boompjes in Rotterdam. Vorig jaar was het nog ternauwernood gelukt wat vuurwerk te regelen, maar dit jaar - zo was beloofd - zou alles goed komen qua gezelligheid. Niet dus... Wederom was de gemeente te laat geweest met het uitzetten van de opdracht. Hierdoor konden mogelijke sponsors pas veel te laat worden benaderd en was de financiering voor muziek en entertainment niet rond. Wel voor al die pijlen blijkbaar, maar niet voor de gezelligheid dus. Wel was het gelukt - dat moet je Rotterdam meegeven - de grootste vuurwerkshow van Nederland in elkaar te zetten. Typisch Rotterdam... Alles moet groot, groter en grootst! De rekenmeesters hadden uitgerekend dat deze investering van 200.000 euro de moeite waard was. De gratis zendtijd op televisie voor Rotterdam was vele malen groter in waarde dan dat bedrag. En dan heb je 'winst' voor de stad, luidde de redenatie. Citymarketing noemen ze dat.
Genoeg reden voor D66 om aan te bel te trekken.
Prima hoor, die grootste vuurwerkshow van Nederland. En dat er geen groot
muziekfeest aan De Boompjes was, daar konden we ook nog mee leven. Er waren
immers al meerdere feesten in de stad georganiseerd door verschillende
ondernemers. Maar alleen vuurpijlen? Kon er nou echt niet iets van die 200.000
euro aan pijlen af om iets aan vermaak te organiseren. Gezelligheid hoeft
bovendien niet veel te kosten. Rotterdammers nemen hun eigen fles champagne
toch wel mee en de mensen zelf vormen het belangrijkste ingrediënt voor een
gezellige avond. Maar we kunnen toch wel wat doen als gemeente?
Straatmuzikanten? Acrobaten? Gratis oliebollen uitdelen?
Nou ontkom je er niet aan af en toe je nek uit te
steken als je in de politiek zit. Natuurlijk is nooit iedereen het gelijk eens
met je ideeën. En natuurlijk kan je kritiek krijgen of kan een voorstel gewoon
op een mislukking uitdraaien. Om het wat gezelliger te maken met Oud &
Nieuw aan De Boompjes, daar was iedereen wel voor, maar die gratis
oliebollen... Tja, daarop leken de reacties verdeeld. Van “Leuk idee hoor, maar
is dit nou het niveau van Rotterdamse politici?”, “Gratis?? Dat bestaat
helemaal niet” en “Moeten we hier ons gemeenschapsgeld aan verspillen?” tot en
met “Gratis oliebollen? Dat doen die zakkenvullers zeker om ons zoet te houden”
tot en met: “Welke oliebol heeft dit nou weer bedacht?”.
31 december, 23.00 uur...
Daar sta je dan als politicus van een partij die
bekend zou staan om z’n intellectualiteit (ahum) en nuance: naast de muzikanten
en straatartiesten met een schaal oliebollen in de hand, stevig de hand
vasthoudend van je dochter die zo bang is voor vuurwerk dat – ondanks de
dubbele laag oordoppen – de tranen in haar ogen staan. Gelukkig waren er ook
hulptroepen. De burgemeester had zich als eerste aangeboden om te helpen met
het uitdelen van oliebollen. En Anton Molenaar van Leefbaar Rotterdam was
enthousiast van de partij. En Leo Bruijn van de PvdA, Arno Bonte van Groen
Links en Brenda Dirkse van D66. Politici die ook hun nek uitstaken en zonder te
weten wat de reacties van de Rotterdammers zouden zijn dwars door het
knalvuurwerk de straat opgingen...
De reacties waren overweldigend. Van de 10.000
oliebollen waren er nog 300 over, hoorde ik achteraf van de organisatie.
Smullen geblazen dus, want de bollen waren in een moordend tempo gebakken door
de winnaar van de AD Nationale Oliebollentest van 2010: Meesterbakker Voskamp
uit Spijkenisse (dat dan weer wel...).
Rotterdammers, zelfs die met een spiermassa waar
je normaal een blokje voor zou omlopen, waardeerden het gebaar. Natuurlijk, een
sigaar uit eigen doos, want die 5.000 euro voor 10.000 oliebollen werd betaald
door de gemeente Rotterdam en dus door de Rotterdammers. Maar dat geldt voor
wel meer dingen in Rotterdam, en trouwens ook voor die vuurpijlen of de
zendtijd op televisie (voor de citymarketeers onder u). Rotterdammers
waardeerden het omdat een oliebol gewoon lekker kan zijn, een mooi bodempje in
de maag kan vormen voor de champagne die later volgt en het gewoon een leuk
gebaar is, ook al ging het om eentje van 50 eurocent. “Het is CRISIS mensen.
Een GRATIS oliebol van de gemeente!”, was dan ook een van de best werkende
reclameslogans op de avond van 31 december.
“Hee, daar heb je die oliebol”, heb ik in ieder
geval niet gehoord. Dank daarvoor aan alle Rotterdammers die aanwezig waren! En
aan Rotterdam Festivals dat ze dit zo sportief hebben opgepakt. En aan de
organisatie, waaronder JMR Producties, dat ze hier zo slagvaardig mee om zijn gesprongen!
En aan Meesterbakker Voskamp voor het bakken. En aan de charmante assistenten
voor het uitdelen. En aan de mederaadsleden voor de steun en hulp bij het
uitdelen. En aan de burgemeester voor het opofferen van een van de mooiste
feestavonden van het jaar voor... een oliebol. Misschien is er wel een traditie
geboren en bakt onze eigen Rotterdammer Richard Visser, winnaar van de AD
Nationale Oliebollentest 2011, ze volgend jaar bruin.
Bedankt, bedankt, bedankt!
Uw eigen oliebol,
Jos Verveen
De Rotterdammer aan zet
1 november 2011
Afgelopen
maanden zijn veel ondernemende Rotterdammers actief geweest met het handen en
voeten geven van hun plannen voor Rotterdam. Dat is op zichzelf niet nieuw,
maar wel nieuw is dat zij door de gemeente actief zijn uitgenodigd om zich met
hun initiatieven te melden bij de gemeente. Op woensdag 26 oktober
presenteerden een aantal van hen hun initiatief op het stadhuis. Ik heb
bijzonder genoten! Het was een drukbezochte, bonte avond, met meer dan 45
verschillende initiatieven.
De
meeste plannen waren goed doordacht en werden gepresenteerd door een
enthousiast team van Rotterdammers. Sommige teams waren al jaren, ook
professioneel, bezig het initiatief van de grond te krijgen. Het waren dus niet
zomaar 'leuke ideetjes'. Het kwaliteitsniveau was hoog en een groot aantal
initiatieven was typisch Rotterdams, doordat zij teruggrepen naar de historie
van onze stad, maar dat verleden op een toekomstbestendige manier weer in het
hier en nu brachten. Veel initiatieven hadden een bepaalde mix in zich van
buitenruimte, water/haven, cultuur, architectuur, educatie, sport en historie.
Omdat de gemeenteraad er bewust voor heeft gekozen zich niet te bemoeien met de
afzonderlijke initiatieven noem ik hier geen voorbeelden. Op de site www.rotterdam.nl/stadsinitiatief kunt u
terecht voor meer informatie en inspirerende initiatieven. Ook TV Rijnmond heeft er aandacht aan
besteed, net als het Algemeen Dagblad. Mocht u het stadsinitiatief wat meer op
de voet willen volgen, biedt Twitter een uitkomst (#stadsinitiatief).
Wat is de bedoeling?
Jaarlijks kunnen Rotterdammers hun stadsinitiatief voorleggen aan een externe board, die in opdracht van de gemeente Rotterdam bekijkt in hoeverre sprake is van een bijzonder en beeldbepalend initiatief voor Rotterdam en in welke mate dit initiatief aan de randvoorwaarden voldoet. Zo is het de bedoeling dat Rotterdammers zelf de schouders onder de implementatie van het initiatief zetten. De gemeente geeft support, bijvoorbeeld in de vorm van co-financiering, waarvoor elk jaar een paar miljoen euro beschikbaar wordt gesteld. De selectie van de board wordt jaarlijks voorgelegd aan de Rotterdammers en díe bepalen vervolgens welke initiatieven ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. De gemeenteraad ziet in beginsel alleen toe op de zorgvuldigheid van de procedure.
Het
Stadsinitiatief kan een slimme manier zijn om in tijden van financiële krapte
toch te kunnen blijven investeren in de stad. De Rotterdammers ontwikkelen hun
plannen namelijk voor eigen rekening en risico en ook voor de initiatieven die
daadwerkelijk worden geïmplementeerd geldt dat de initiatiefnemers zelf een
substantieel deel van de financiering dienen te verzorgen. Kortom, met een
beperkt gemeentelijk budget kunnen grootse plannen toch mogelijk worden
gemaakt.
Waar komt het initiatief voor het
stadsinitiatief vandaan?
Voor D66 is het betrekken van mensen
bij de ontwikkeling van hun land en stad altijd al een belangrijk punt geweest.
Dat vinden we niet zomaar. We zetten daar zo zwaar op in omdat we geloven dat
je daarmee een betere samenleving krijgt. Als je mensen maximaal betrekt bij de
inrichting van hun stad, maak je niet alleen maximaal gebruik van de talenten
van mensen, maar creëer je ook een stad die letterlijk van de Rotterdammers is.
D66 vindt namelijk dat de stad niet van het stadsbestuur en de ambtenaren is.
Zij voeren in onze ogen in opdracht van, en met het geld van de Rotterdammers,
hun bestuurlijke taken uit. En wat is er nou mooier dan Rotterdammers hierbij zelf
aan het werk te zetten? In plaats van dat de gemeente vanachter de tekentafel
bedenkt hoe alles zou moeten zijn en eruit zou moeten zien, bepalen betrokken
en deskundige Rotterdammers dat. En het stadsbestuur en de ambtenaren hebben
een schone taak in het ondersteunen van de implementatie van deze initiatieven
door middel van co-financiering, kennis van bijvoorbeeld regelgeving en het
beschikbaar stellen van haar netwerk. Je zou ook kunnen zeggen dat het
Stadsinitiatief de Rotterdamse variant van het D66-stokpaardje 'referendum' is.
In plaats van meepraten over het beleid, wat voor veel mensen toch vrij
abstract is, kan je nu zelf je mouwen opstropen!
Voelt
u zich aangesproken? Ga dan naar www.rotterdam.nl/stadsinitiatief
Jos
Verveen
Raadslid
D66
Mohammed
1 april 2011
Mohammed
organiseert. Hij brengt zijn jongste zusjes naar
school, doet boodschappen en treedt op als tolk voor zijn ouders als er iets
geregeld moet worden met gemeentelijke instanties.
Mohammed
is 17 jaar en zit op het MBO. Of beter: hij zat op het MBO. Hij is van school
gestuurd, omdat hij zich niet aan de regels hield. Hij was vaak te laat en kwam
soms helemaal niet opdagen. En na een aantal waarschuwingen was het voorbij.
Regels zijn regels.
Mohammed
zit nu thuis. Enige tijd geleden sprak ik met hem. Omdat ik meer wilde over de
redenen van de hoge tussentijdse uitstroom op ROC's. Uitval of drop-outs, hoe
je het ook wilt noemen... Mohammed vertelde dat ik de eerste was die hem
bezocht en vroeg hoe het echt zat. Hoe ging het met hem? Hoe het thuis ging?
Met zijn ouders en zusjes? Hoe ze de eindjes aan elkaar knoopten? En wat ieder
zijn of haar rol in het gezin was. Mohammed vertelde. Hij voelde zich
onbegrepen. Door school. Door de maatschappij. Hoe konden zij tot dergelijke
maatregelen komen zonder zijn situatie te kennen?
Weer een
jong iemand verloren denk ik dan. Volwassenen hebben het over de jeugd van
tegenwoordig, maar sommige volwassenen van tegenwoordig gaan dus soms zo met
onze toekomst om. Mohammed kan iets en kan iets leren. Zoals iedere jongere in
Rotterdam. Alleen door oprechte interesse in jongeren te hebben, de verschillen
te zien, hun problemen serieus te nemen en niet de symptomen, maar de
achterliggende oorzaken aan te pakken, krijgen ze echt een kans.
Het is
van maatschappelijk belang dat we oprecht leren kijken naar jongeren. Zonder
vooroordelen. Niet als groep, maar als individuen met unieke kwaliteiten en
persoonlijke omstandigheden. Dat vraagt om mensen met passie voor de jeugd in
het onderwijs. Zij zien vaak als eerste of het goed gaat met een jongere en
moeten dus ook de ruimte krijgen om hier aandacht voor te hebben en iets mee te
doen. Dat is niet makkelijk in een tijd waarin schaalvergroting in het
onderwijs een gegeven is en de overheid zich nog altijd actief bemoeit met de
wijze waarop docenten les moeten geven. Maar er is meer nodig.
Afgelopen
week spraken we in de gemeenteraad van Rotterdam over spijbelen. Als een
jongere spijbelt, dan is soms een waarschuwing of boete richting de ouders
voldoende, maar soms is er meer aan de hand. Dan moet het onderwijs, maar
vooral ook de jongere in kwestie, kunnen vertrouwen op pakkende en passende
ondersteuning, het liefst van één iemand en dus niet van tien verschillende
instanties die zich allemaal vanuit een andere invalshoek met dezelfde Mohammed
bemoeien. Eén iemand die dwars door de jaren, vakken, cijfers, stages, waarschuwingen
en problemen ziet hoe het echt gaat met Mohammed, begrijpt wat hij nodig heeft en
daar achter de schermen passende ondersteuning bij zoekt als dat nodig is, want
soms is begrip al voldoende.
Mohammed
was dan misschien nooit van school gestuurd. Iemand had misschien zijn
organisatietalent gezien en had hem misschien gecomplimenteerd voor zijn
onmisbare rol thuis. Hij of zij had bij de schoolleiding een goed woordje voor Mohammed
gedaan, ze hadden zijn situatie begrepen en hun aanbod daarop afgestemd. En
misschien was Mohammed wel geadviseerd een richting te zoeken en bijbehorende
stageplaatsen om zijn talent voor organiseren verder te ontwikkelen. En misschien
waren ze bij één van die organisaties wel zo tevreden over zijn
organisatievermogen dat ze hem niet meer wilden laten gaan.
Mohammed
wordt binnenkort 18 jaar. Hij is niet alleen. In de leeftijd van 16 tot 24 jaar
zijn ongeveer 1,8 miljoen jongeren in Nederland, waarvan een grote groep niet
gezien wordt en zich niet begrepen voelt.
Dat
lossen we niet op met beleid, maar met aandacht.
Voor
Mohammed.
Schijnbeweging
11 maart 2011
De discussie over het afschaffen van de deelgemeenten volgen we vanuit Rotterdam natuurlijk met bijzondere interesse. Het is op zich al vrij apart dat een kabinet onder leiding van een liberale minister-president zich bemoeit met de wijze waarop gemeenten zichzelf besturen. Dat het hier slechts gaat om twee gemeenten, Amsterdam en Rotterdam, maakt de zaak, vanuit liberaal perspectief, natuurlijk alleen maar absurder.
Op zich moet iedere discussie over de bestuurlijke inrichting gevoerd kunnen worden, maar dan wel vanuit het goede uitgangspunt. En dat is wat D66 betreft ons democratische bestel. Wat je vaker ziet bij dit soort systeembeschouwingen is dat de discussie na verloop van tijd te veel over het systeem zelf gaat en niet over het beoogde doel. In dit geval is dat doel: maximale betrokkenheid van bewoners bij de inrichting van hun straat en wijk. De discussie is echter verworden tot een platvloerse actie van het kabinet om haar zogenaamde tanden te laten zien en 'af te rekenen' met de bestuursdichtheid van Nederland.
De bestuursdichtheid is echter het probleem niet en al helemaal niet in Rotterdam. Als je Rotterdam bijvoorbeeld vergelijkt met een gemeente als Wageningen dan zie je dat Wageningen ongeveer 1 volksvertegenwoordiger per 1.500 inwoners heeft. Als er in Rotterdam geen deelgemeenten zouden bestaan, zouden we per 15.000 inwoners ongeveer 1 volksvertegenwoordiger hebben. Ziet u het voor zich? Dat 1 volksvertegenwoordiger de belangen van 15.000 mensen vertegenwoordigt? Hoe benaderbaar ben je in dat geval als volksvertegenwoordiger en hoe goed kan je in dat geval op de hoogte zijn van wat er in de wijken leeft?
Het afschaffen van de deelgemeenten is kortom de oplossing voor een niet bestaand probleem. Een veel groter probleem is dat veel Rotterdammers zich nog altijd niet vertegenwoordigd voelen. Dat Aboutaleb onze burgemeester is, dat is inmiddels wel bekend, maar hoeveel Rotterdammers kunnen een of meerdere wethouders bij naam noemen? En hoeveel Rotterdammers kennen een raadslid? En hoe kan het dat de meeste mensen de bestuurders van hun eigen deelgemeente niet van gezicht kennen? En waarom heeft het merendeel van de Rotterdammers geen idee bij wie ze moeten aankloppen als ze met een bepaald idee voor hun eigen wijk rondlopen? Het contact tussen de bewoners en de mensen die hen vertegenwoordigen verbeter je niet door minder politici. Ook niet door meer politici trouwens.
Als je aan mensen vraagt hoe ze het vinden om in Rotterdam te wonen en wat ze graag verbeterd zouden willen zien, noemen ze vrijwel allemaal zaken die in hun directe buurt spelen: meer groen, minder vuil op straat, betere verkeersveiligheid en meer gezelligheid in de vorm van winkels of restaurantjes. Om goed te weten wat er speelt, heb je benaderbare politici nodig! Politici die weten wat er speelt in de wijk, waarvan mensen het gezicht kennen en die samen met de bewoners aan de bel trekken bij het stadsbestuur als iets niet loopt zoals het zou moeten lopen of als de buurt bepaalde plannen of wensen heeft. Zolang nog niet iedere Rotterdammer weet wie de volksvertegenwoordiger bij hem of haar in de buurt is, is er nog werk aan de winkel. Heel veel werk aan de winkel!
En dat werk ligt niet op het bordje van het kabinet, maar van politici en bewoners van Rotterdam. Zij moeten samen het democratische spel spelen en zij maken, voor welk systeem ook wordt gekozen, het verschil. Dus nu maar hopen dat we ons door de schijnbeweging van het kabinet daar niet teveel van laten afleiden!
PA, DAN GA JE TOCH LEKKER ZELF VOETBALLEN!!
21 februari 2011
Rotterdam heeft de minst bewegende jeugd van Nederland. Daar moet natuurlijk wat aan gebeuren en daarom heeft Rotterdam allerlei plannen en programma's ontwikkeld om hier verandering in aan te brengen. Als je naar de landelijke cijfers kijkt op het gebied van sportparticipatie dan zit het in het basisonderwijs nog wel snor met het sporten van kinderen. Op de middelbare school gaat het mis. Dan zie je het sporten opeens instorten. Je zou dus geneigd zijn de plannen vooral te richten op kinderen die in het voortgezet onderwijs zitten, maar dat zou wel eens totaal niet kunnen werken. Wat blijkt namelijk?
Kinderen sporten niet zomaar. De meeste kinderen sporten (gelukkig) omdat ze die sport leuk vinden. Maar hoe weet je nou welke sport het beste bij je past? Dat kan je helemaal niet weten! Dat kan je alleen ontdekken. Door het te doen, te proberen, zoals kinderen ook gemiddeld zeven keer iets hebben moeten kunnen proeven om te weten of ze het lekker vinden! De hoge sportparticipatie onder basisschoolkinderen is dus niet alleen goed nieuws. Veel kinderen krijgen van hun ouders te horen dat sporten belangrijk is en dat ze daarom een sport mogen uitkiezen. Kinderen baseren zich dan op verhalen van andere kinderen of beelden die ze gezien hebben op tv en internet. En daar rolt dan een keuze uit. Wellicht dat er nog een proefles wordt gevolgd. En in veel gevallen zijn het ook gewoon de ouders die bepalen welke sport hun kinderen gaan doen, omdat ze zelf vroeger ook die sport hebben gedaan of omdat ze het juist jammer vinden dat ze zelf vroeger die sport niet hebben gedaan. In de statistieken zie je dat rond het veertiende levensjaar veel kinderen afhaken als het om sport gaat. Nader onderzoek heeft geleerd dat een belangrijke oorzaak is dat kinderen onvoldoende hebben kunnen kennismaken met de verschillende sporten die daar zijn en teveel richting een bepaalde sport zijn geduwd door hun omgeving. Op hun viertiende, precies in de fase dat ze een eigen identiteit aan het ontwikkelen zijn, worden ze opstandig en schreeuwen ze tegen hun vader: "PA, DAN GA JE TOCH LEKKER ZELF VOETBALLEN ALS JE HET ZO LEUK VINDT!!" En dat is natuurlijk zonde. Want voor ieder kind is er wel een sport waar zijn of haar hart naar uitgaat, alleen kan het even duren om daar achter te komen. Net als bij eten zouden kinderen op jonge leeftijd bij sporten de kans moeten krijgen iedere sport zeven keer te proeven alvorens een keus te maken. Het effect zal zijn dat veel meer kinderen ook op latere leeftijd blijven sporten en dat er minder afvallers zijn.
In Rotterdam loopt op dit moment een fantastisch initiatief. In achttien wijken hebben we inmiddels een schoolsportvereniging. In iedere wijk kunnen meerdere scholen zich aansluiten bij de schoolsportvereniging en kinderen maken via deze vereniging kennis met verschillende sporten. Die trainingen worden in de eigen wijk van kinderen aangeboden door sterke sportverenigingen. Deze constructies kent alleen maar winnaars. De kinderen kunnen lekker bewegen en ontdekken wat ze leuk vinden. De school ziet de onderwijsresultaten van kinderen omhoog gaan omdat sportende kinderen beter blijken te presteren op school. En de sportverenigingen komen in contact met nieuwe leden. De komende jaren wordt het aantal schoolsportverenigingen uitgebreid. Helaas is het (nog) niet mogelijk om alle kinderen in Rotterdam op deze manier met sporten in aanraking te brengen. Daarvoor is het programma te duur en ontbreekt het ook aan voldoende vrijwilligers. Maar aanvullend op dit programma, of eigenlijk beter gezegd als voorloper op dit programma, hebben we in Rotterdam ook nog een ander initiatief: Lekker Fit! Dat is een onderdeel van de Brede School, nog zo'n Rotterdamse uitvinding. Scholen die meedoen aan Lekker Fit! geven hun kinderen extra sportles en ook op deze manier komen kinderen reeds op jonge leeftijd in contact met verschillende sporten. Nog niet zo uitgebreid als bij de schoolsportverenigingen, maar in ieder geval meer dan bij scholen die alleen doen aan de voorgeschreven twee uur sport en beweging. Er valt veel te zeggen over het nieuwe kabinet, maar het is een goede zaak dat in het regeerakkoord is opgenomen dat er wordt gestreefd naar meer sporturen voor schoolgaande kinderen. In Rotterdam zijn we daar echter allang mee bezig en gaan we daar ook mee door. Dit college heeft afgesproken de sportparticipatie verder te verhogen in Rotterdam. Dit doen we door méér schoolsportverenigingen, méér scholen die meedoen aan Lekker Fit! en méér gymzalen. Maar u kunt ook zelf een steentje bijdragen. Niet alle scholen en wijken hebben namelijk dit soort fraaie programma's en toch is het mogelijk om kinderen uit de buurt kennis te laten maken met verschillende sporten. Door een potje met ze te voetballen op straat, een keertje te badmintonnen, te tennissen, te skaten of met een basketbal thuis te komen. Sporten is namelijk helemaal niet zo ingewikkeld en de spullen zijn gewoon te koop in de winkel, 2e hands op internet of te leen bij de buurvrouw. Doet u mee?
Voor Sjaak!
11 februari 2011
Nog niet zo lang geleden woonde ik een
bijeenkomst bij over probleemjongeren. De discussie ging over wat de beste
manier was om met probleemjongeren om te gaan. De betrokkenen waren het
inhoudelijk vrij snel met elkaar eens, de sessie werd door de voorzitter met
een fraaie conclusie afgesloten, er werd een borrel gedronken en iedereen ging
weer huiswaarts...
Het boeiende van deze bijeenkomst zat ‘m niet
in de inhoud. Veel interessanter was het aantal betrokken organisaties. Dat
waren er meer dan twaalf! Kortom, als je Sjaak heet en je hebt de stempel
probleemjongere gekregen dan heb je pech, want dan krijg je met meer dan tien
verschillende organisaties te maken die zich allemaal over jou ontfermen,
tenminste, voor het deel waar zij zich verantwoordelijk voor voelen. Vroeger
waren dat er twee: de ouders. Toen werden het er drie: de ouders en de
wijkagent. Toen werden het er vier: de ouders, de wijkagent en de school. En
toen vijf, en zes, en zeven. Inmiddels is er een groot aantal instanties die
zich met Sjaak bemoeien: bureau jeugdzorg, het jongerenloket, de RIAGG, bureau
halt, de raad voor de kinderbescherming, maatschappelijk werk, het advies- en
meldpunt kindermishandeling, de jeugd gezondheidszorg, de kredietbank,
stadstoezicht, sociale zaken en dit rijtje is niet eens compleet. U begrijpt,
het geven van oprechte aandacht aan Sjaak vereist de nodige coördinatie en daar
gaat het dus mis. En dus gaat het ook mis met Sjaak. Daar wordt dan weer, alsof
Sjaak daar iets me opschiet, onderzoek naar gedaan en dan wordt geconcludeerd
dat het heeft ontbroken aan voldoende coördinatie. Vervolgens wordt er nog meer
gecoördineerd in de vorm van overleggen en afstemmingsstructuren door
instanties die zich allemaal een beetje verantwoordelijk voelen. En Sjaak? Die
verdrinkt in de vijver die jeugdzorg heet.












word lid