Schriftelijke vragen Bouwbesluit 2012
Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Coolsingel
40
3011 AD
Rotterdam
Schriftelijke
vragen ter schriftelijke beantwoording
Betreft: Schriftelijke
vragen Bouwbesluit 2012
Rotterdam, 01 augustus 2011
Geacht
College,
Op 29 april
2011 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het nieuwe Bouwbesluit 2012 aan de
Tweede Kamer aangeboden. Op 30 juni 2011 is tijdens de procedure vergadering
besloten dat, gedurende de aankomende periode, vragen van de landelijke
fracties ingediend en beantwoord zullen
woorden.
Het
nieuwe bouwbesluit bevat enkele ingrijpende wijzigingen waarvan wij op dit
moment niet in kunnen schatten welke gevolgen deze zullen hebben, in het
bijzonder voor Rotterdam. Daarom willen wij u de volgende vragen stellen:
In het
bouwbesluit-voorhang, algemeen-deel, op pagina 13, bevindt zich een paragraaf
met betrekking tot functieverandering. Het betreft hier de versoepeling van
regelgeving ten einde het veranderen van bijvoorbeeld een kantoorgebouw in een
woongebouw te vergemakkelijken. D66 Rotterdam juicht functieverandering toe,
desondanks hebben wij hierover enkele vragen;
- Bij functieverandering,
bijvoorbeeld wanneer een kantoorgebouw wordt getransformeerd tot
woongebouw, gelden voor de nieuwe gebruiksfunctie(s) de voorschriften voor
bestaande bouw als absolute ondergrens. Wat wordt hier met bestaande bouw
bedoeld? Welke eisen zullen gehanteerd worden?
- Indien men doelt op het
tijdstip van bouwen van het te transformeren bouwwerk, betekent dat dan
dat de eisen van het betreffende bouwjaar gelden voor de verbouw?
- Kunt
u ons eventuele risico’s, danwel onwenselijke situaties voor toekomstige
bewoners of gebruikers, schetsen?
Met name voor vraag 2 en 3 verwijs
ik u naar de volgende passage uit dezelfde paragraaf: “Indien de verbouwvoorschriften een specifiek kwaliteitsniveau
voorschrijven, dan geldt dat specifieke niveau als het minimum kwaliteitsniveau
voor de verbouwing, ook als dit lager ligt dan het rechtens verkregen niveau.
Daarmee is het bijvoorbeeld mogelijk om in een oude kantoorvide met een hoogte
van bijvoor- beeld 4.60 m voor het realiseren van appartementen een tussenvloer
aan te brengen, waarmee de resterende hoogte niet aan de nieuwbouweis van 2,6 m
voldoet.
Bovenstaande betekent ook dat de nieuwe gebruiksfunctie zonder
verbouwing in gebruik kan worden genomen voor zover het bouwwerk al ten minste
aan de voorschriften voor de bestaande bouw voor die nieuwe gebruiksfunctie
voldoet.”
Op pagina 24 wordt, in hoofdstuk
7, gesproken over installaties. In artikel
7.2 staat beschreven dat het vernieuwde bouwbesluit geen eisen meer stelt aan
de aanwezigheid van elektriciteits-, gas- en/of watervoorziening, maar slechts
eisen stelt aan installaties índien die aanwezig zijn.
- Welke gevolgen kan
deze versoepeling hebben bij de verbouw van zeer oude panden, waarvan de
eisen tot aanwezigheid van installaties ten tijden van de bouw aanzienlijk
anders waren dan vandaag de dag?
- Is het hierdoor mogelijk dat mensen gehuisvest worden in panden
die niet of nauwelijks verwarmd worden?
- Acht u de mogelijkheid tot dit soort ontwikkelingen
aannemelijk?
- Deelt u onze zorgen dat de versoepeling van deze regeling zou
kunnen leiden tot situaties waarin Rotterdammers gehuisvest worden in
woningen zonder voldoende verwarming, was- en/of toiletruimten? Zo niet,
waarom niet?
Ook de eisen met betrekking tot toiletruimten
worden versoepeld. In het Bouwbesluit van 2003 bestond de eis van de
aanwezigheid van 1 toiletruimte per woonfunctie, met een gebruiksoppervlak niet
groter dan 50 m2. Hierdoor werden de mogelijkheden zodanig ingekaderd, dat in
de praktijk iedere zelfstandige woning een eigen toiletruimte diende te hebben.
Op pagina 90, in het concept Bouwbesluit 2012,
artikel 4.9, ‘Aanwezigheid’, lid 2,
staat vermeld dat op een toiletruimte niet meer dan vijf woonfuncties
aangewezen dienen te zijn.
- Acht het college het wenselijk dat in de toekomst in Rotterdam
de mogelijkheid ontstaat dat meerdere gezinnen, of flinke aantallen
studenten, afhankelijk zijn van één toiletruimte? Zo niet, waarom niet?
- Bent u bereid om, indien deze situatie zich voordoet, als
Gemeente aanvullende eisen te stellen aan partijen die woongebouwen
realiseren? Zo niet, waarom niet? Ligt uw antwoord toe.
Ten slotte willen
wij de aandacht vestigen op functieverandering (bijvoorbeeld van kantoorgebouw
in woongebouw) in relatie tot de huidige situatie met bestemmingsplannen en het
wijzigen daarvan. Het wijzigen van een
bestemmingsplan verloopt doorgaans vrij traag. Hierdoor kunnen partijen
mogelijk ontmoedigd worden. Overigens heeft het college onlangs haar programma
‘Aanpak Kantorenleegstand’ gepresenteerd en zich daarmee uitgesproken vóór
transformatie van kantoorgebouwen met structurele leegstand.
- Bent u het met ons eens dat het wijzigen van bestemmingsplannen
de transformatie van kantoorgebouwen kan vertragen? Zo niet, waarom niet?
- Is het college bereid om mogelijke drempels rondom de wijziging
van bestemmingsplannen te verlagen, ten einde de aanpak van leegstaande
kantoorpanden te versnellen? Zo niet, waarom niet? Ligt uw antwoord toe.
Wij danken het College bij voorbaat voor de
antwoorden, die we zo spoedig mogelijk hopen te ontvangen.
Hoogachtend,
Brenda
Dirkse
D66












word lid