SV Depot Boijmans Van Beuningen
Vragen ter schriftelijke beantwoording
Betreft: Depot Boijmans van Beuningen
Rotterdam, 18 oktober 2010
Geacht College,
Afgelopen jaren is de slechte staat van het kunstdepot van het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen veelvuldig in het nieuws geweest. Bij regenval blijkt het depot van het museum, gevestigd in de kelder, onder water te lopen met alle gevolgen van dien. Ondanks het feit dat de gemeente enkele jaren geleden een tijdelijke noodoplossing heeft ingevoerd, in de vorm van een waterdichte ‘kluis’ in de kelder van het museum en de huur van externe depotruimte in de regio Rotterdam, is het probleem als wij afgaan op de berichten in de media en gesprekken met het museum nog altijd niet opgelost. Sterker nog, wij begrepen dat het museum de gemeente schriftelijk heeft laten weten niet langer aansprakelijk te kunnen zijn voor de totale kunstcollectie die een miljardenwaarde vertegenwoordigd en de aansprakelijkheid voor geleden schade en mogelijke claims die daaruit voortvloeien heeft overgedragen aan de gemeente.
D66 maakt zich ernstig zorgen over deze situatie. Wij stelden daarom ook al eerder schriftelijke vragen over dit onderwerp. Onze zorgen zijn echter nog niet weggenomen.
We hebben daarom de volgende vragen:
1. Ziet het College de ernst van de situatie in?
2. Klopt het dat (bouwkundig) onderzoek in het verleden heeft uitgewezen dat het depot van het Museum niet voldoet aan de eisen waaraan een depot zou moeten doen en van wanneer dateert dat onderzoek?
3. Klopt het dat het museum de gemeente schriftelijk heeft laten weten de aansprakelijkheid voor eventuele schade op voorhand over te dragen aan de gemeente, en zo ja, wanneer is deze mededeling gedaan? En is die mededeling ooit schriftelijk ingetrokken?
4. Wat heeft het College na implementatie van de tijdelijke (nood)oplossing gedaan met de signalen dat nog altijd sprake is van een risicovolle situatie?
5. Hoe schat het College het risico in? Kortom, wat is de kans op beschadiging van kunstwerken en wat is de bijbehorende schade?
6. Wat ziet het College als voor- en nadelen van de getroffen (tijdelijke) noodoplossing in termen van kosten, risico op schade en logistieke belasting voor het museum?
7. Van Boijmans begrepen wij dat er twee varianten zijn om het probleem op te lossen: De bouw van een gesloten depot of de bouw van een openbaar depot, in de vorm van een collectiehuis in de binnenstad van Rotterdam. Wat vindt het college van deze oplossingen en heeft het college hierin een voorkeur?
8. Ziet het College andere oplossingen dan de door Boijmans voorgestelde opties? En zo ja, welke?
9. Is het College bereid zijn, in lijn met de uitgangspunten van het collegewerkprogramma, te onderzoeken hoe en in hoeverre er bij de totstandkoming van de oplossing samengewerkt kan worden met andere musea, bedrijven en instellingen en/of vermogende particulieren?
10. Is het College bereid op zo kort mogelijk termijn verschillende oplossingsrichtingen, in de vorm van scenario’s, voor te leggen aan de Commissie Jeugd, Onderwijs, Cultuur en Sport (JOCS) van de Rotterdamse Gemeenteraad en op welke termijn is dat?
Wij danken het College bij voorbaat voor de antwoorden, die wij zo spoedig mogelijk hopen te mogen ontvangen.
Hoogachtend,
Jos Verveen, D66 Salima Belhaj, D66
Woordvoerder Cultuur Fractievoorzitter












word lid