SV Vervolgvragen Maatschappelijk Vastgoed
Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Coolsingel
40
3011 AD
Rotterdam
Schriftelijke
vragen ter schriftelijke beantwoording
Betreft: Vervolgvragen
Maatschappelijk Vastgoed
Rotterdam, 16 juni 2011
Geacht
College,
Op 8
december 2010 stelden wij u vragen met betrekking tot het kostendekkend maken
van maatschappelijk vastgoed. Op onze vraag over de termijn waarmee de
huurverhogingen in gaan, antwoordde u dat voor cultuurobjecten die binnen de
cultuurplanperiode vallen, de huurverhogingen in zullen gaan per 1 januari
2013. Voor de resterende objecten gaf u aan te streven naar het kostendekkend
maken van de huren voor het einde van 2012. Ook gaf u aan dat het toegenomen resultaat
van de sector Vastgoed ten goede komt van de algemene middelen van de gemeente
Rotterdam, waarmee de betrokken dienst of deelgemeente gecompenseerd wordt
zodat zij (of de door hen gesubsidieerde instelling) de volledige huur kunnen
opbrengen.
Verwijzend
naar de beantwoording op onze schriftelijke vragen van 8 december 2010, waarin
u aangeeft dat instellingen die binnen de cultuurplanperiode vallen
gecompenseerd worden, en na de vragen die we gesteld hebben, tijdens de
actualiteitenraad over poppodium Baroeg, willen wij graag de volgende vragen
stellen:
- Indien de huur van het pand van Baroeg
verhoogd wordt per 1 juli 2011, danwel 1 januari 2013, worden zij of de subsidieverstrekker dan
gecompenseerd voor deze extra kosten?
- Zijn er meer instellingen waarbij de gemeente
al voor 1 januari 2013 een kostendekkende huur invoert? Zo ja, hoe wordt
deze huurverhoging dan gecompenseerd?
- Bent u het met ons
eens dat dit tegen de (geest van de) afspraken met de raad in gaat en dat de gemeente het deze instellingen
hiermee onmogelijk maakt vooraf met sluitende begrotingen te werken.
- Bent u bereid deze huurverhogingen ongedaan te maken en/of uit
te stellen tot 1 januari 2013?
Ook heeft de D66 fractie vragen over de manier
waarop na 1 januari 2013 de compensatie van de kostendekkende huur aan
culturele en maatschappelijke instellingen doorgevoerd wordt:
- Worden de extra inkomsten die van Vastgoed ten
goede komen aan de algemene middelen van de gemeente Rotterdam geoormerkt
verstrekt aan de subsidieverstrekker (deelgemeente, dienst of beleidsveld)?
Zo nee, waarom niet?
- Wordt de compensatie van de kostendekkende
huur aan het huidige cultuurplan-budget toegevoegd, zodat zij niet ten
koste gaan van andere subsidieontvangers welke opgenomen zijn in het
cultuurplan? Zo nee, waarom niet?
- Kunt u deze verstrekte/te verstrekken
compensaties rapporteren aan de raad?
Daarnaast heeft
onze fractie enkele vragen over de uit te voeren danwel uitgevoerde
conditiemetingen:
- a) Wat is het totale aantal objecten dat gemeten wordt? Hoeveel
objecten zijn reeds gemeten? En bij hoeveel van de objecten die reeds
gemeten zijn is al een kostendekkende huur doorgevoerd?
b) Hoeveel
objecten zijn nog niet gemeten? Hoe ziet de planning van het meten van objecten
en het door voeren van kostendekkende
huur eruit?
- Wordt bij conditiemetingen ook gekeken naar eventuele
renovaties aan het pand, uitgevoerd door de huurder, die een rol spelen
bij de waardebepaling van het pand? Hoe wordt hiermee om gegaan?
- Is het College bereid de raad te informeren over de uitkomsten
van de metingen en de daarmee gepaard gaande kosten voor eventuele
renovaties aan maatschappelijk vastgoed?
- Wordt de compensatie van de huurverhoging automatisch
doorgevoerd of dienen diensten, deelgemeenten of instellingen hiertoe
actie te ondernemen? Hoe informeert u hen hierover?
D66 heeft
begrepen dat de Meerjarige Onderhoudsplannen niet met de betrokken instellingen
worden besproken en dat instellingen niet de mogelijkheid hebben zelf hun
steentje bij te dragen aan het meerjarig onderhoud. Ook hebben wij vernomen dat
instellingen niet op de hoogte worden gesteld van wanneer welk onderhoud aan
het pand wordt gepleegd en dat er dubbelingen plaatsvinden in het onderhoud. In
opdracht van het OBR komen dan binnen korte tijd verschillende bedrijven langs
om hetzelfde onderhoud te plegen. Daarnaast hebben ons geluiden bereikt over
instellingen die zelf in hun pand hebben geïnvesteerd en hun pand waar nodig
hebben gerenoveerd en bij wie vervolgens ook door het OBR deze zelfde renovatie
is overgedaan, ondanks de nog lopende garantie op de door de instellingen geïnitieerde
werkzaamheden. D66 vindt dit kapitaalvernietiging en vindt dat er slimmer
omgegaan kan worden met het onderhoud van maatschappelijk en culturele
vastgoed.
- Worden de culturele en maatschappelijke instellingen zelf
vooraf geïnformeerd over de conditiemeting van hun pand? Zo ja, hoe? Zo
nee, waarom niet?
- Worden de instellingen betrokken bij het opstellen van de meerjarige
onderhoudsplannen en kunnen ze hierop invloed uitoefenen? Zo ja, hoe? Zo
nee, waarom niet?
- Zijn alle meerjarige onderhoudsplannen, zodra deze gereed zijn,
ter informatie richting de instellingen gestuurd. Zo nee, waarom niet?
- Hoe worden instellingen geïnformeerd over het onderhoud dat er
aan hun pand plaatsvindt en in hoeverre wordt er met hen overlegd?
- a) Bent u het met D66 eens dat het wenselijk is dat culturele
en maatschappelijke instellingen zelf kunnen bijdragen aan het onderhoud
van hun panden, vooral vanuit kostenbesparend oogpunt? Zo ja, hoe? Zo nee,
waarom niet?
b) Kunnen de
instellingen invloed uitoefenen op welk onderhoud aan hun pand wordt uitgevoerd
en wanneer dit plaatsvindt?
- Ben u het met D66 eens dat het wenselijk is dat culturele en
maatschappelijke instellingen inzicht hebben in de meerjarige
onderhoudsplannen die betrekking hebben op hun pand en worden meegenomen
in de afstemming over het onderhoud van hun pand? Zo nee, waarom niet?
Wij danken het College bij voorbaat voor de
antwoorden, die we zo spoedig mogelijk hopen te ontvangen.
Hoogachtend,
Brenda
Dirkse Jos
Verveen












word lid